-
1 kenbaar
1 [te herkennen] recognizable, distinguishable2 [waarvan men kennis kan verkrijgen] knowable3 [bekend] known♦voorbeelden:zij zijn kenbaar aan • they can be identified/recognized by2 kenbare waarheden • knowable/cognizable truthsiemand iets kenbaar maken • make something known to someone -
2 openbaren
♦voorbeelden:1 een geheim openbaren • reveal/divulge a secretII 〈wederkerend werkwoord; zich openbaren〉1 [waarneembaar worden] manifest oneself -
3 profileren
♦voorbeelden:zich profileren als • present oneself as, present an image as -
4 voortzeggen
♦voorbeelden:1 zeg het voort • spread the word (around), pass it on -
5 zijn bedoelingen kenbaar maken
zijn bedoelingen kenbaar makenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > zijn bedoelingen kenbaar maken
-
6 bekendmaken
2 [publiek maken] publish ⇒ make public/known♦voorbeelden: -
7 kennen
2 [geleerd hebben] know3 [+ in] [raadplegen] consult4 [herkennen] recognize, know♦voorbeelden:ik wil eerst de feiten kennen • first I want to know the factsgeen gevaar kennen • be oblivious to dangerje kent Jan toch wel! • you must know John!geen medelijden kennen • know no pitygeen schaamte kennen • have no shamede Engelse wet kent dat onderscheid niet • English law does not make that distinctiongeen zorgen kennen • be carefreezich doen kennen als • prove/show oneself to be〈 figuurlijk〉 laat je niet kennen ! • give 'em hell!zich van zijn beste kant laten kennen • show oneself at one's best〈 figuurlijk〉 hij wilde zich niet laten kennen en deed toch mee • he didn't want to be thought badly of and joined iniemand leren kennen • get to know someone, make someone's acquaintanceelkaar (beter) leren kennen • become/get (better) acquainted, get to know each other (better)ken je deze al? • have you heard this one?ik ken haar al jaren • I've known her for yearszo ken ik je helemaal niet • I've never known you like this beforesinds ik jou ken … • since I met you …dan ken je me nog niet • you haven't seen anything yetdat kennen we hier niet • we don't have that sort of thing hereiemand van gezicht/van naam kennen • know someone's face/someone by namehij kent de omgeving als zijn broekzak • he knows the area like the back of his handiemand door en door kennen • know someone inside out2 een taal kennen • know/speak a languageons kent ons • we know what to expectiets van buiten/uit zijn hoofd kennen • know something by heart¶ te kennen geven dat … • indicate that …een wens te kennen geven • express a desirezijdelings te kennen geven • intimate, hint -
8 zekerheid
♦voorbeelden:iets in zekerheid brengen • put something (somewhere) for safe-keepingvoor alle zekerheid • for safety's sake, to make quite surezekerheid krijgen over iets • make sure about somethingzich zekerheid verschaffen omtrent iets • make sure about somethinghet is nu met zekerheid bekend • it is now known for certain -
9 bekendheid
♦voorbeelden:1 bekendheid met … strekt tot aanbeveling • experience of … will be an assetbekendheid krijgen • become (well-)knowngrote bekendheid aan iets geven • make something widely known -
10 hebben
2 [getroffen zijn door] have, be3 [in genoemde omstandigheden verkeren] have, be4 [(gevoelens) koesteren] have ⇒ be5 [beschikken over] have (got)6 [krijgen] have8 [met betrekking tot iets dat gedaan kan/moet worden] have9 [aantreffen] be, have11 [verdragen] stand, take12 [+ aan] [nut ondervinden van] be of use (to)♦voorbeelden:1 heb jij een auto? • have you got a car?ze heeft een boetiekje/reclamebureau • she has a boutique/an advertising agencyiemands hele hebben en houden • all someone's belongingsiets moeten hebben • need somethingiets willen hebben • want somethinghet heeft er veel van dat … • it looks very much as if …iets bij zich hebben • be carrying something, have something with oneiets vrolijks over zich hebben • make a cheerful impression, have a certain cheervan wie heeft hij dat? • who/where has he got that from?veel van iemand/iets hebben • look very much/be very like someone/somethingik heb het niet van mezelf • I haven't thought/dreamt that up myselfwat heb je? • what's the matter/wrong with you?wat heb je toch? • what's come over you?iets aan de voet hebben • have something wrong with one's foot/foot trouble3 ik hoop dat je mooi weer hebt • I hope you'll have good weather/the weather will be finehet koud/warm hebben • be cold/hothoe heb ik het nu met je? • what's up with you?ik wist niet hoe ik het had • I didn't know what to make of ithoe heb je het gehad? • did you have a good time?, how did you get on?hebben jullie wel eens wat met elkaar? • is there anything between you?hij heeft iets tegen mij • he has grudge against mehij heeft er niets op tegen • he has no objectionshoe wilt u het hebben? • how would you like it? 〈 bijvoorbeeld bij bank, met betrekking tot geld〉ze heeft het helemaal • she's really got itik heb al veel plezier gehad van mijn nieuwe p.c. • my new pc has given me a lot of pleasureik heb het • I've got itvan wie heb je dat? • who told/gave you that?ik heb nooit Spaans gehad • I've never learned Spanishik moet nog een tientje van hem hebben • he still owes me ten guilders〈 beledigend〉 wat moet je (van me) hebben? • what do you want (from me)?ik moet er niets van hebben • I want nothing to do with itdat heb je ervan • that's what you getzo, dat hebben we ook weer gehad • well, that's that(het) met iemand te doen hebben • be/feel sorry for someonedagelijks met iemand te doen hebben • see someone every daydaar heb je het al • I told you soje hebt/men heeft ook groene • there are/you get green ones as wellwat zullen we nu hebben • hey, what's this?(kijk eens) wie we daar hebben • look who's here!zo wil ik het hebben • that's how I want itiets (gedaan) willen hebben • want (to see) something donedaar heb ik je • (I've) got you thereik heb hem zover • I've managed to persuade himeen klap van heb ik jou daar • a stunning blow/mighty thump11 hij kan veel/niet veel hebben • he can take a lot, he can't take much〈 ironisch〉 nou, daar heb ik veel aan! • oh, a (fat) lot of good that will do menu weten we tenminste wat we aan elkaar hebben • at least now we know where we standwat heb je aan een mooie auto als je niet kunt rijden? • what's the use of a beautiful car if you can't drive?¶ 〈 sport〉 die had je makkelijk kunnen hebben • that one should have been yours 〈met betrekking tot bal terugslaan/stoppen enz.〉ik moest je net hebben • you're just the person I want/have been looking formoet je net Freek hebben • you can imagine Freek's reaction!iedereen heeft het erover • everybody's talking about ithij had het niet meer • it was all just too much for himwel heb ik ooit! • well, I never!ik heb het niet op hem • I don't like/trust himik zal het er met hem over hebben • I'll talk to him about itik weet niet waar je het over hebt • I don't know what you're talking aboutdaar heb ik het straks nog over • I'll come (back) to that later on/in a momentnu we het daar toch over hebben • now that you mention it …daar wil ik het nu niet over hebben • I won't go into that nowik heb het tegen jou • I'm talking to youiemand als vriend hebben • be friends with someoneII 〈 hulpwerkwoord〉1 [ter aanduiding van de voltooide tijd bij werkwoord] have♦voorbeelden:1 gelachen dat we hebben • did we have a laugh!had ik dat maar geweten • if (only) I had known (that)had dat maar gezegd • if only you'd told me (that)ik heb met hem op school gezeten • I went to school with himhij had gezwommen • he had been swimming -
11 kring
3 [maatschappelijke groep] circle5 [personen die iemand omringen] circle♦voorbeelden:in een kring(etje) ronddraaien • go/run round in circleskringen maken in/op een tafelblad • make rings on a tabletop2 in een kring zitten • sit in a ring/circlein politieke kringen • in political circlesin de hoogste kringen verkeren • move in the highest circlesin alle kringen • in all walks of lifein brede kring ontevredenheid oproepen • cause widespread dissatisfactionde huiselijke kring • the family/domestic circle -
12 ruchtbaar
-
13 algemeen
algemeen1〈 het〉1 [het geheel van een zaak/voorstelling] 〈zie voorbeelden 1〉2 [de mensen] general public♦voorbeelden:1 in het algemeen hebt u gelijk • broadly speaking, you're rightzij zijn in het algemeen betrouwbaar • they are mostly reliablein/over het algemeen • by and large, in general————————algemeen21 [publiek, gemeenschappelijk] public, general ⇒ common2 [voor alle gevallen geldig] general, universal3 [het geheel betreffend] general5 [alledaags, veel voorkomend] common♦voorbeelden:Algemeen Beschaafd Nederlands • Standard Dutchvoor algemeen gebruik • for general usemet algemene instemming • by common consentalgemeen kies-, stemrecht • universal suffragealgemene middelen • public fundsde algemene overtuiging, het algemeen gevoelen • the consensusmet algemene stemmen • unanimouslyop algemeen verzoek • by popular demandhet is algemeen bekend • it is common knowledgeeen algemeen aanvaard feit • a generally accepted factalgemeen beschouwd worden als • be (publicly) known asde Algemene Beschouwingen (over de begroting) • the Budget Debatealgemene onkosten • overheadsalgemene ontwikkeling • general knowledgeeen algemeen overzicht • a general surveyin algemene zin • in a general sensezich te algemeen uitdrukken • make sweeping statements -
14 grote bekendheid aan iets geven
grote bekendheid aan iets gevenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > grote bekendheid aan iets geven
-
15 iemand iets kenbaar maken
iemand iets kenbaar makenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand iets kenbaar maken
-
16 iets in ruimer kring bekendmaken
iets in ruimer kring bekendmakenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iets in ruimer kring bekendmaken
-
17 iets kond maken
iets kond maken〈 ongemarkeerd〉 make something known, announce somethingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iets kond maken
-
18 iets ruchtbaar maken
iets ruchtbaar makenmake something known/publicVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iets ruchtbaar maken
-
19 kond
-
20 openbaar
1 [algemeen bekend] public3 [het gehele volk betreffend; van de overheid uitgaande] public♦voorbeelden:zijn mening openbaar maken • voice one's opinionshet feit werd openbaar • the fact became knownde openbare orde verstoren • disturb the peaceopenbare lagere school • primary schoolopenbare werken/sector • public works/sector¶ in het openbaar • in public, publiclyeen cursus spreken in het openbaar • a course in public speaking
- 1
- 2
См. также в других словарях:
make known — v. t. To reveal; to disclose; as, the congressman made known his interest in the company only after he voted on the bill. [PJC] … The Collaborative International Dictionary of English
make known — index advise, annunciate, apprise, bare, betray (disclose), circulate, communicate, confide ( … Law dictionary
make known publicly — index annunciate Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
make known — verb a) To announce some information generally. The decision was made known when it appeared on the evening news. b) To disclose a secret. I wouldnt make this known to anyone else, if I were you … Wiktionary
make known — Synonyms and related words: air, break it to, break the news, breathe, broach, broadcast, come out with, communicate, confide, confide to, convey, display, disseminate, divulgate, divulge, evulgate, get across, get over, give, give out, give vent … Moby Thesaurus
make known — (Roget s IV) v. Syn. tell, advise, announce; see advertise 1 , declare 1 , 2 … English dictionary for students
make known — Publish, declare, bring to light, proclaim … New dictionary of synonyms
MAKE KNOWN — … Useful english dictionary
make — make, v. t. [imp. & p. p. {made} (m[=a]d); p. pr. & vb. n. {making}.] [OE. maken, makien, AS. macian; akin to OS. mak?n, OFries. makia, D. maken, G. machen, OHG. mahh?n to join, fit, prepare, make, Dan. mage. Cf. {Match} an equal.] 1. To cause to … The Collaborative International Dictionary of English
make — v 1. fabricate, manufacture, produce, mint; construct, build, assemble, set up; erect, elevate, raise, rear, put up; mold, form, fashion, model, shape, frame; create, invent, originate, devise, contrive, compose, write, put together; cast, block … A Note on the Style of the synonym finder
make — Synonyms and related words: Platonic form, Platonic idea, abide by, abscond, accomplish, achieve, acquire, act, add up to, adhere to, administer, aesthetic form, affect, affirm, aftermath, aggressive, agree to, alter, amount to, anatomy, animus,… … Moby Thesaurus